module 2

Ontwikkelplan en uitvoering

Doormiddel van SMART

Dit ontwikkelplan is opgesteld aan het einde van Module 1 en uitgevoerd gedurende Module 2. Het plan is gebaseerd op mijn 0-meting en de inzichten uit het hoofdstuk Wie ben ik?. Op basis daarvan heb ik bewust gekozen aan welke leerdoelen ik in deze periode wilde werken.

In dit ontwikkelplan werk ik per leerdoel met een vaste opbouw: doel, aanpak, bewijs en reflectie. Op deze manier maak ik mijn ontwikkeling concreet en inzichtelijk. Aan het einde van het plan reflecteer ik op de leerdoelen en kijk ik welke onderdelen zijn afgerond en welke mogelijk worden meegenomen naar een volgende module.

Dit ontwikkelplan vormt daarmee een belangrijk onderdeel van mijn professionele ontwikkeling en is direct gekoppeld aan de competenties in het hoofdstuk Wat kan ik?.

Leerdoel 1 - Beter plannen en vooruitdenken

Leerdoel 2 - Leiding leren delen

Leerdoel 1 - Beter plannen en vooruitdenken

Koppeling Competenties

Managen & Organiseren | Resultaatgericht handelen

Waarom dit leerdoel?

Ik heb dit leerdoel gekozen omdat uit de DISC-test en uit mijn eigen ervaringen blijkt dat plannen lastig voor mij is. Ik werk vaak op gevoel en begin soms te laat aan taken. Dit zorgt ervoor dat ik richting deadlines moet haasten en minder overzicht ervaar dan ik zou willen.

Dit leerdoel sluit direct aan bij de competentie Managen en organiseren, omdat ik hiermee werk aan het structureren van mijn werkzaamheden, het plannen van taken en het vooruitkijken naar deadlines. Door bewuster te plannen wil ik meer grip krijgen op mijn werkproces en mijn tijd effectiever indelen.

Daarnaast past dit leerdoel bij de competentie Resultaatgericht handelen. Door mijn werkzaamheden beter te organiseren kan ik gerichter toewerken naar concrete resultaten en taken tijdig afronden. Dit voorkomt onnodige stress en draagt bij aan een efficiëntere manier van werken.

Door aan dit leerdoel te werken verwacht ik niet alleen mijn planning te verbeteren, maar ook mijn algehele manier van werken professioneler en doelgerichter te maken.

SMART leerdoel

Specifiek

Ik ga mijn werkzaamheden gestructureerder plannen door dagelijks gebruik te maken van een digitale agenda en takenlijst, waarin ik mijn taken prioriteer en vooruit plan.

Meetbaar

Ik check aan het einde van elke dag mijn agenda of er taken zijn die ik niet heb afgerond en herplan deze dan. Ook kijk ik elke zondag naar wat er de komende week moet gebeuren en maak ik een weekplanning

Acceptabel / Ambitieus

Ik sta achter dit leerdoel en neem hier actief verantwoordelijkheid voor door elke dag tijd te nemen om mijn planning bij te werken.

Realistisch

Het plannen kost mij weinig extra tijd en past goed binnen mijn studie en dagelijkse werkzaamheden. Het gebruik van één vaste planningstool maakt het haalbaar om dit vol te houden

Tijdsgebonden

Dit leerdoel wordt uitgevoerd gedurende Module 2 en geëvalueerd aan het einde van de module.

SAMENGEVAT

Tijdens Module 2 werk ik aan het verbeteren van mijn planning en vooruitdenken door wekelijks en dagelijks mijn werkzaamheden te plannen en bij te houden in één vaste planningstool. Het doel is om overzicht te houden, taken bewust te herplannen en tijdsdruk te verminderen.

Plan van aanpak

Om dit leerdoel te behalen ga ik gedurende Module 2 bewust werken aan mijn manier van plannen en organiseren. Mijn aanpak is praktisch opgezet, zodat deze goed vol te houden is naast mijn studie en andere activiteiten.

1

Stap 1 - Wekelijkse planning maken

Aan het begin van elke week maak ik een planning waarin ik mijn taken, deadlines en vaste momenten overzichtelijk vastleg. Deze weekplanning vormt de basis voor mijn werkzaamheden en helpt mij om vooruit te denken en taken beter te verdelen.

2

Stap 2 – Dagelijkse plannen en prioriteren

Elke werkdag start ik met het bijwerken van mijn planning in de app Structured. In deze app plan ik mijn taken en bepaal ik de prioriteiten voor die dag. Hierbij kies ik bewust de drie belangrijkste taken die die dag afgerond moeten worden.

3

Stap 3 – Taken afronden en bijhouden

Gedurende de dag werk ik mijn taken bij in Structured. Wanneer een taak is afgerond, vink ik deze af. Aan het einde van de dag controleer ik of de geplande taken zijn afgerond en of de belangrijkste taken van die dag zijn uitgevoerd. Openstaande taken ga ik opnieuw inplannen, zodat ze niet blijven liggen.

4

Stap 4 – Consistent toepassen gedurende Module 2

Deze manier van werken ga ik elke week uitvoeren gedurende Module 2. Door consequent gebruik te maken van Structured voor zowel mijn planning als het bijhouden van taken houd ik beter overzicht.

Uitvoering + bewijsstukken

Tijdens Module 2 heb ik mijn leerdoel actief toegepast door structureel te werken met een planning in de app Structured. In de eerste periode van de module maakte ik wekelijks een planning en werkte ik dagelijks mijn taken bij, maar dit heb ik helaas niet de hele periode volgehouden...

Eerste deel moduul 2

In de eerste weken van Module 2 hield ik mijn planning actief bij. Ik plande taken vooruit en werkte deze dagelijks bij in Structured. Wanneer er tussendoor andere dingen op mijn pad kwamen, zoals sociale activiteiten of spontane afspraken, koos ik er regelmatig voor om taken te verplaatsen in plaats van ze te laten vervallen.

Dit betekende dat ik:

  • taken bewust herplande naar een ander moment;

  • overzicht hield over wat nog moest gebeuren

  • voorkwam dat taken helemaal uit beeld verdwenen.

Hoewel ik soms koos voor leuke of ontspannende activiteiten tussendoor, zorgde het herplannen ervoor dat werkzaamheden alsnog werden uitgevoerd. Dit gaf rust en controle over mijn planning.

Kerstvakantie

Tijdens de kerstvakantie heb ik mijn planning losgelaten. Ik hield mijn taken niet meer bij en maakte geen nieuwe weekplanning. Hierdoor raakte het overzicht weg en stapelde meerdere taken op. Door het niet te plannen had ik ook geen idee van wat er moest gebeuren.

Laatste deel moduul 2

Na de kerstvakantie merkte ik pas dat taken zich hadden opgestapeld en dat de deadlines wel erg dichtbij kwamen. Omdat ik mijn planning niet direct weer oppakte, ontstond er in korte tijd veel werk dat alsnog gedaan moest worden. Dit zorgde voor haast en onrust bij het afronden van mijn opdrachten.

Reflectie

Het werken met een planning heb ik als prettig ervaren. Vanaf het moment dat ik mijn taken vastlegde in Structured, merkte ik dat er meer rust in mijn hoofd kwam. Ik wist beter wat er moest gebeuren en hoefde minder na te denken over wat ik nu weer moest oppakken. Dat gaf een gevoel van overzicht en controle. Ik voelde me productiever, niet per se omdat ik meer deed, maar omdat ik gerichter werkte.

Wat ik fijn vond aan plannen, is dat het me hielp om keuzes te maken. Ik kon zien wat belangrijk was en wat kon wachten. Daardoor voelde ik minder druk om alles tegelijk te moeten doen. Ook als ik tussendoor andere dingen ging doen, zoals sociale activiteiten, bleef het gevoel dat ik grip had op mijn taken. Ik kon taken verplaatsen in plaats van ze te laten liggen, en dat gaf vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed zou komen.

Tijdens de kerstvakantie ben ik gestopt met plannen. Dat voelde op dat moment logisch, omdat het vakantie was en mijn vaste ritme wegviel. In die periode dacht ik minder vooruit en hield ik mijn taken niet meer bij. In het begin voelde dat ook wel ontspannen, omdat ik even nergens rekening mee hoefde te houden. Pas later merkte ik dat dit effect had op mijn overzicht.

Na de vakantie voelde ik dat het lastiger werd. Taken die ik eerder had ingepland, waren blijven liggen en er kwamen nieuwe taken bij. Hierdoor kreeg ik het gevoel dat ik achter de feiten aanliep. Ik merkte dat ik meer haast begon te ervaren en dat gaf stress. Het overzicht dat ik eerder had, was weg, en juist dat maakte het moeilijk om weer rustig te beginnen.

Wat ik daarbij lastig vond, is dat het opnieuw oppakken van plannen moeite kostte. Doordat er al veel openstond, voelde het plannen zelf als extra werk. In plaats van dat het overzicht gaf, voelde het alsof ik eerst door een grote stapel taken heen moest voordat ik weer grip kreeg. Dat zorgde ervoor dat ik het plannen bleef uitstellen, terwijl ik eigenlijk wist dat het juist zou helpen.

Daarnaast werd ik me bewust van het effect van kleine taken. Regelmatig hoorde ik dat ik iets moest doen en dacht ik: dat schrijf ik later wel op. Op dat moment voelde dat onschuldig, maar doordat ik het niet meteen vastlegde, vergat ik het vaak. Die kleine dingen bleven liggen en stapelden zich langzaam op. Dat gaf achteraf het gevoel dat alles tegelijk kwam, terwijl het eigenlijk losse kleine taken waren.

Wat ik hiervan heb geleerd, is dat plannen voor mij goed werkt, maar alleen als ik het blijf doen. Het geeft me rust, overzicht en vertrouwen in mijn eigen aanpak. Tegelijkertijd heb ik gemerkt hoe snel dat effect verdwijnt als ik stop met plannen, zelfs voor een korte periode zoals een vakantie. Dat maakt voor mij duidelijk dat plannen niet iets is wat ik af en toe moet doen, maar iets wat onderdeel moet worden van mijn manier van werken.

Deze ervaring neem ik mee naar Module 3. Ik wil blijven werken aan het vasthouden van mijn planning, ook wanneer mijn ritme verandert of het tijdelijk rustiger lijkt. Daarnaast wil ik mezelf aanleren om taken direct vast te leggen, hoe klein ze ook zijn. Op die manier wil ik voorkomen dat dingen zich opstapelen en wil ik blijven werken vanuit overzicht in plaats van haast.

Competentie(s) niveau

Op basis van het werken aan dit leerdoel en de bijbehorende reflectie heb ik mijn competentieniveaus opnieuw bekeken. De onderstaande inschatting laat zien waar ik nu sta en vormt het uitgangspunt voor mijn verdere ontwikkeling in de volgende module.

3. Resultaatgericht handelen

3.1 Toont een proactieve houding, toont gedrevenheid en zet zich in om resultaten te bereiken

Niveau: 3


Ik neem vaak initiatief en zet mij actief in om taken af te ronden. Wanneer ik overzicht heb over mijn werkzaamheden, werk ik doelgericht en ben ik gemotiveerd om resultaten te behalen. Dit is zichtbaar in de manier waarop ik taken plan, herplan en alsnog afrond. Tegelijkertijd merk ik dat mijn proactiviteit afneemt wanneer structuur wegvalt, wat laat zien dat hier nog ruimte is voor verdere ontwikkeling.


3.2 Is in staat om prioriteiten te stellen en neemt besluiten om beoogde resultaten te bereiken

Niveau: 2


Ik kan prioriteiten stellen wanneer ik bewust met een planning werk. In periodes waarin ik minder plan, vind ik het lastiger om duidelijke keuzes te maken en besluiten te nemen over wat eerst moet gebeuren. Dit leidt er soms toe dat ik reactief werk in plaats van gericht keuzes maak op basis van prioriteit.


3.3 Toont flexibiliteit door zich aan te passen in veranderende omstandigheden

Niveau: 3


Ik ben flexibel in mijn manier van werken en kan omgaan met veranderingen, bijvoorbeeld door taken te verplaatsen wanneer omstandigheden wijzigen. Dit herplannen helpt mij om alsnog voortgang te behouden. Wel merk ik dat flexibiliteit zonder structuur kan doorslaan in uitstel, waardoor overzicht verloren gaat.


3.4 Interpreteert wanneer het beoogde resultaat niet behaald dreigt te worden

Niveau: 2


Ik herken meestal wel wanneer taken blijven liggen of wanneer resultaten in gevaar komen, bijvoorbeeld na een periode zonder planning. Ik onderneem echter niet altijd direct actie om dit te corrigeren. Hierin kan ik groeien door eerder in te grijpen en sneller bij te sturen wanneer overzicht wegvalt.

5. Managen en organiseren

5.1 Kan zijn of haar eigen werk structureren en organiseren zodat taken overzichtelijk zijn

Niveau: 3


Ik ben in staat mijn werkzaamheden overzichtelijk te structureren wanneer ik gebruikmaak van een planningstool. Door taken vast te leggen en te herplannen behoud ik overzicht. Dit lukt vooral goed zolang ik de planning actief bijhoud. Bij het wegvallen van structuur (bijvoorbeeld tijdens vakanties) merk ik dat dit nog kwetsbaar is.


5.2 Kan voor zichzelf en de projectgroep werkzaamheden plannen en voortgang bewaken

Niveau: 2


Voor mijn eigen werkzaamheden kan ik plannen maken en voortgang bewaken, mits ik hier bewust tijd voor neem. Het plannen voor een projectgroep en het structureel bewaken van gezamenlijke voortgang is nog een ontwikkelpunt. Hierin ben ik vooral volgend en werk ik nog onvoldoende vanuit een vaste structuur.


5.3 Draagt zorg voor het effectief samenwerken en de communicatie binnen teams

Niveau: 3


Binnen teams neem ik initiatief en draag ik bij aan duidelijke communicatie. Ik zorg ervoor dat taken besproken worden en dat er voortgang is. Tegelijkertijd merk ik dat ik soms te snel zelf de regie pak, waardoor ik nog kan groeien in het beter verdelen van verantwoordelijkheden binnen het team.


5.4 Kan de supply chain van een (eigen) onderneming of retailorganisatie functioneel inrichten

NVT.

Leerdoel 2 - Leiding leren delen

Koppeling Competenties

Leiderschap | Samenwerken en netwerken

Waarom dit leerdoel?

Dit leerdoel ga ik kiezen op basis van de 360° feedback die ik heb ontvangen. Uit deze feedback kwam naar voren dat ik vaak snel de leiding neem en veel naar me toe trek. Zelf was ik me hier niet altijd bewust van. Dit maakte het voor mij een blinde vlek: ik had het idee dat ik vooral wilde helpen en tempo wilde maken, terwijl anderen dit soms als te sturend konden ervaren.

Omdat dit inzicht nieuw voor mij was, wil ik hier tijdens Module 2 bewust mee aan de slag gaan. Ik wil leren om mijn leiderschap beter af te stemmen op de situatie en op de mensen met wie ik samenwerk. In plaats van automatisch de leiding te nemen, wil ik oefenen met het verdelen van taken en verantwoordelijkheden en het geven van meer ruimte aan anderen.

Ik ga dit leerdoel toepassen in twee verschillende situaties: tijdens een schoolproject en tijdens volleybal. In beide situaties ga ik experimenteren met verschillende leiderschapsstijlen, zoals meer coachend of ondersteunend leiderschap, om te ontdekken welke aanpak het beste werkt voor het team en het proces.

Dit leerdoel sluit aan bij de competenties Leiderschap en Samenwerken en netwerken, omdat het draait om het bewust inzetten van mijn rol binnen een team en het effect van mijn gedrag op de samenwerking met anderen. Door hier actief mee te oefenen wil ik mijn leiderschap effectiever en bewuster inzetten.

SMART leerdoel

Specifiek

Ik ga bewuster omgaan met mijn leiderschapsrol door taken en verantwoordelijkheden vaker bij anderen neer te leggen en mijn rol af te stemmen op de situatie.

Meetbaar

Tijdens Module 2 pas ik in minimaal twee verschillende contexten (schoolproject en sport) bewust een andere leiderschapsstijl toe. Ik kan aan het einde 4 leiderschapstijlen innemen.

Acceptabel / Ambitieus

Ik sta achter dit leerdoel en ben gemotiveerd om mijn manier van leidinggeven te verbeteren, ook wanneer dit betekent dat ik controle moet loslaten.

Realistisch

Ik kan dit leerdoel toepassen binnen bestaande situaties, zoals schoolprojecten en sport. Door bewust te oefenen met verschillende leiderschapsstijlen is het haalbaar om hiermee ervaring op te doen.

Tijdsgebonden

Dit leerdoel wordt uitgevoerd gedurende Module 2 en geëvalueerd aan het einde van de module.

SAMENGEVAT

Tijdens Module 2 ga ik werken aan het bewuster delen van leiderschap door taken en verantwoordelijkheden binnen teams te verdelen en mijn leiderschapsstijl af te stemmen op de situatie, zowel bij schoolprojecten als tijdens volleybal.

Plan van aanpak

Om te werken aan het delen van leiderschap ga ik tijdens Module 2 bewust oefenen met verschillende leiderschapsstijlen. Dit ga ik doen binnen twee vaste contexten: een schoolproject en tijdens volleybal. Door deze twee situaties te gebruiken, kan ik mijn leiderschap in verschillende teams en omstandigheden ontwikkelen.

1

Stap 1 – Verdiepen in leiderschapsstijlen

Aan het begin van Module 2 ga ik mij verdiepen in verschillende leiderschapsstijlen, zoals sturend, coachend en ondersteunend leiderschap. Op basis hiervan bepaal ik welke rollen ik binnen teams kan aannemen en wat het effect van deze rollen kan zijn op samenwerking en communicatie.

2

Stap 2 – Wekelijks wisselen van rol binnen het schoolproject

Tijdens het schoolproject ga ik elke week bewust een andere rol aannemen. In plaats van automatisch de leiding te nemen, kies ik per week voor een specifieke rol of leiderschapsstijl. Hierbij let ik erop dat taken en verantwoordelijkheden bij andere teamleden worden gelegd en dat ik mijn rol afstem op wat het team nodig heeft.

3

Stap 3 – Toepassen bij volleybal

Naast het schoolproject ga ik dit leerdoel ook toepassen tijdens volleybal. Als aanvoerder ga ik bewuster kiezen wanneer ik sturend optreed en wanneer ik juist coachend of ondersteunend ben. Op deze manier kan ik oefenen met het delen van leiderschap in een andere context.

4

Stap 4 – Wekelijks reflecteren

Elke week ga ik kort reflecteren op mijn gedrag en rol. Ik kijk hierbij naar welke leiderschapsstijl ik heb gebruikt, hoe dit voor mij voelde en welk effect dit had op de samenwerking en betrokkenheid van anderen.

Uitvoering + bewijsstukken

Tijdens Module 2 heb ik bewust gewerkt aan het ontwikkelen van mijn leiderschap door mij te verdiepen in situationeel leiderschap en de bijbehorende leiderschapsstijlen: sturend, coachend, ondersteunend en delegerend leiderschap. Daarbij heb ik geleerd om te kijken naar de bereidheid en bekwaamheid van anderen, en mijn leiderschapsstijl hierop af te stemmen. Op basis van deze theorie heb ik mijn leerdoel toegepast binnen twee contexten: een schoolopdracht in duoverband met Rhiannon en binnen het volleybalteam.

Leiderschap tijdens school

Ik heb gedurende de eerste 4 weken van module 2 mijn leiderschapsstijl per week aangepast binnen het schoolproject dat ik samen met Rhiannon uitvoerde

In de eerste week, waarin de opdracht gekozen en afgebakend moest worden, heb ik een meer sturende rol aangenomen. Ik merkte dat deze fase vroeg om duidelijkheid en besluitvaardigheid, waardoor ik de leiding nam in het maken van keuzes rondom de opdracht en de aanpak. In de weken daarna heb ik mijn leiderschapsstijl bewust aangepast. Tijdens deze weken koos ik voor een coachende en ondersteunende rol richting Rhiannon. Ik stelde vaker vragen, dacht mee over inhoud en structuur en liet haar ideeën en werkwijze meer leidend zijn. Hierdoor ontstond er meer ruimte voor samenwerking en gelijkwaardigheid.

In de week waarin ik delegerend leiderschap wilde toepassen, hebben Rhiannon en ik elkaar bewust losgelaten en zijn we zelfstandig aan de slag gegaan met de toegewezen taken. Hierbij heb ik de verantwoordelijkheid volledig bij haar laten liggen en heb ik mij niet actief bemoeid met haar uitvoering. Door deze aanpak kon ik ervaren hoe het is om leiderschap echt te delen en vertrouwen te geven in het proces.

Gedurende dit proces merkte ik dat Rhiannon gemotiveerd was en verantwoordelijkheid wilde nemen, maar soms nog behoefte had aan afstemming en bevestiging. Ik vond het lastig om los te laten, mede omdat ik soms het gevoel had dat de kwaliteit van ons verslag achteruitging wanneer ik te veel afstand nam.Op basis van de theorie rondom situationeel leiderschap heb ik haar daarom geplaatst binnen M2: wel bereid, maar nog niet volledig bekwaam. Dit betekende dat coachend leiderschap voor haar het meest passend was. Zo heb ik me de laatste weken dan ook bewust gedragen.

Leiderschap bij volleybal

Naast het schoolproject heb ik dit leerdoel toegepast binnen het volleybalteam. Als aanvoerder heb ik bewust geoefend met het laten van meer ruimte aan anderen, vooral in situaties waarin mijn sterke mening normaal gesproken snel de boventoon voert. Dit uitte zich niet zozeer in formele aansturing, maar vooral in mijn houding en communicatie. Zo heb ik er tijdens overleggen en gezamenlijke beslissingen, zoals bij het kiezen van een outfit voor een themafeest (Irish pub), bewust voor gekozen om meer op de achtergrond te blijven. Waar ik normaal gesproken veel ideeën aandraag en mijn eigen voorkeuren sterk naar voren breng, heb ik nu vooral geluisterd en anderen het gesprek laten voeren. Ik sprak mij alleen uit wanneer ik het ergens echt niet mee eens was en liet de rest bewust los. Op deze manier kon ik in een informele teamsituatie oefenen met het geven van ruimte en het delen van invloed, wat aansloot bij mijn leerdoel rondom situationeel leiderschap.

Reflectie

Dit leerdoel heeft mijn beeld van leiderschap veranderd. Door me te verdiepen in situationeel leiderschap ben ik gaan inzien dat leiding nemen niet betekent dat ik altijd mijn mening moet geven of het proces moet sturen. Juist het bewust kiezen van een leiderschapsstijl bleek veel bepalender voor de samenwerking dan ik vooraf dacht.

De 360 graden feedback was hierin een belangrijk kantelpunt. Een teamgenoot gaf aan dat ik in groepsverband soms te weinig ruimte laat voor anderen, omdat ik een sterke mening heb. Dit was voor mij een blinde vlek, omdat mijn intentie juist is om betrokken te zijn en kwaliteit te leveren.

Tijdens het schoolproject met Rhiannon werd dit inzicht concreet. Omdat er bij school voor mijn gevoel veel op het spel stond, merkte ik hoe lastig ik het vond om controle los te laten. Het idee dat de kwaliteit van het project kon teruglopen, zorgde voor de neiging om het weer over te nemen. Na het testen van verschillende stijlen ben ik er wel achtergekomen dat Rhiannon het meeste had aan coachend leiderschap. Deze manier van leiden heeft er voor gezorgd dat ik met een goed gevoel terugkijk op de opdracht en samenwerking.

Het contrast met volleybal maakte dit nog duidelijker. In die context voelde minder leiding nemen juist prettig en gaf het rust. Doordat de druk lager was, kon ik makkelijker ruimte laten en mijn mening laten liggen. Dit liet mij zien hoe sterk mijn leiderschap wordt beïnvloed door de context en hoeveel invloed gevoelens als prestatiedruk en verantwoordelijkheid hebben op mijn gedrag.

Aan het einde van de module heb ik opnieuw feedback gevraagd aan dezelfde teamgenoot. Hij gaf aan dat hij een duidelijke verandering zag: ik liet meer ruimte aan anderen en mijn mening was minder snel leidend in groepsprocessen. Deze terugkoppeling bevestigde voor mij dat het leiden niet altijd hoeft te betekenen dat je op de voorgrond moet staan.

Dit inzicht neem ik mee. Ik wil blijven letten op mijn neiging om te sturen en bewuster kiezen welke leiderschapsstijl past bij de situatie, in plaats van automatisch mijn mening voorop te zetten.

Competentie(s) niveau

Op basis van het werken aan dit leerdoel en de bijbehorende reflectie heb ik mijn competentieniveaus opnieuw bekeken. De onderstaande inschatting laat zien waar ik nu sta en vormt het uitgangspunt voor mijn verdere ontwikkeling in de volgende module.

3. Resultaatgericht handelen

4.1 Neemt de regie in bekende situaties waarin dat van hem of haar gevraagd wordt

Niveau: 3

In bekende situaties neem ik gemakkelijk de regie wanneer dit van mij wordt verwacht. Ik durf initiatief te nemen en richting te geven, bijvoorbeeld bij het starten van een opdracht of het maken van keuzes in een groep. Tegelijkertijd heb ik geleerd dat regie nemen niet altijd betekent dat ik moet sturen. Door bewuster te kiezen wanneer ik de leiding neem en wanneer ik ruimte laat, wordt mijn regie effectiever en beter afgestemd op de situatie.


4.2 Toont persoonlijk leiderschap door voorbeeldgedrag als beginnend leidinggevende

Niveau: 2

Ik toon persoonlijk leiderschap door betrokken te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en mij in te zetten voor de kwaliteit van het werk. Mijn voorbeeldgedrag zit vooral in mijn inzet en mijn bereidheid om taken op te pakken. Tegelijkertijd merk ik dat mijn voorbeeldrol soms doorslaat in te veel invloed nemen, waardoor ik minder ruimte laat voor anderen. Hier ligt voor mij nog een ontwikkelpunt om voorbeeldgedrag te combineren met loslaten.


4.3 Kent verschillende leiderschapsstijlen en kan een passende stijl hanteren

Niveau: 4

Ik heb kennis van verschillende leiderschapsstijlen, zoals sturend, coachend, ondersteunend en delegerend leiderschap, en begrijp wanneer welke stijl passend is. Door mij te verdiepen in situationeel leiderschap kan ik bewuster schakelen tussen deze stijlen. In de praktijk heb ik ervaren dat vooral coachend leiderschap goed aansluit bij samenwerkingen waarin anderen gemotiveerd zijn, maar behoefte hebben aan afstemming. Dit laat zien dat ik leiderschapsstijlen niet alleen ken, maar ook doelgericht kan toepassen.


4.4 Is zich bewust van de eigen persoonlijke waarden en herkent deze van anderen

Niveau: 3

Ik ben mij steeds bewuster van mijn eigen waarden, zoals kwaliteit, betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Deze waarden sturen sterk mijn gedrag en verklaren waarom ik geneigd ben om snel de leiding te nemen. Door feedback en reflectie ben ik mij meer bewust geworden van het effect hiervan op anderen. Het herkennen en expliciet meenemen van de waarden van anderen in mijn handelen is nog een aandachtspunt waar ik verder in wil groeien.

5. Managen en organiseren

6.1 Levert in groepsverband een actieve en inhoudelijke bijdrage aan het teamresultaat

Niveau: 3

In groepsverband lever ik een actieve bijdrage aan het teamresultaat. Ik denk mee over de inhoud en draag ideeën aan die helpen om het werk verder te brengen. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen taken en zorg dat mijn bijdrage aansluit bij het gezamenlijke doel. Daarbij heb ik geleerd om niet altijd het voortouw te nemen, maar ook ruimte te laten voor anderen.


6.2 Zet zich in voor een goede werkrelatie binnen het eigen projectteam

Niveau: 2

Ik vind een goede samenwerking belangrijk en probeer hier actief aan bij te dragen. Ik communiceer open en ben betrokken bij het teamproces. Tegelijkertijd merk ik dat mijn sterke mening soms invloed kan hebben op de samenwerking. Ik ben mij hier bewuster van geworden en werk eraan om beter te luisteren en anderen meer ruimte te geven.


6.3 Houdt zich aan afspraken en draagt actief bij aan het behalen van het gewenste groepsresultaat

Niveau: 3

Ik houd mij aan gemaakte afspraken en zorg dat mijn taken op tijd worden afgerond. Ik voel mij verantwoordelijk voor het groepsresultaat en denk mee wanneer het werk dreigt te vertragen. Als dat nodig is, neem ik extra verantwoordelijkheid om samen tot een goed eindresultaat te komen.


6.4 Bouwt een netwerk van relaties op

Niveau: 2

Ik bouw vooral relaties op binnen de teams en projecten waarin ik werk. Deze contacten zijn gericht op samenwerking en het goed uitvoeren van taken. Het actief uitbreiden van mijn netwerk doe ik nog beperkt. Dit zie ik als een punt waarin ik mij verder kan ontwikkelen.